De oefening
We namen een portret, geschilderd door Arnkjell Ruud, als uitgangspunt voor de kunstzinnige oefening. Het uitgangspunt was om je in het schilderij in te leven door het te kopiëren. Door te kopiëren kun je de penseelstreken, bewegingen, kleuren en compositie navoelen.
Er werd een vel papier op een plank bevestigd en op een ezel naast het portret van Arnkjell geplaatst. Eén persoon kopieerde het portret, terwijl de andere deelnemers zich in de handelingen van de kopiist inleefden en probeerden deze zich eigen te maken.
Aansluiten bij uitsluiten
Tor Aleksander was de eerste die begon met schilderen. Zijn handelingsimpuls was: ‚treffend uitsluiten‘. We dachten na: „Hoe sluit je aan bij zo’n handelingsimpuls, die juist uitsluiten inhoudt?“ Maar er was niet veel tijd om na te denken, want Tor Aleksander zette al zijn eerste penseelstreek. Maar wel op het portret van Arnkjell en niet op het witte vel papier dat we hadden klaargelegd. We grepen snel in en zeiden dat hij niet rechtstreeks op het portret mocht schilderen. Met deze interventie kwam het aansluiten bij de handelingsimpuls van Tor Aleksander als vanzelf: we sloten een optie uit. Hij begon op het witte papier te schilderen. Bij de reflectie gaf Tor Aleksander aan dat het bevrijdend voelde als er niet te veel opties tegelijk waren. (Meer overwegingen over de handelingsimpuls ‚treffend uitsluiten‘ zijn te vinden in het venster ‘ De handelingsimpuls in activiteiten’.)
Verbinding creëren
Nu moest Vera verder schilderen in het schilderij van Aleksander. Vera’s handelingsimpuls luidt: ‚verzorgend verbinden‘. Dit bleek al direct daarvoor uit de manier waarop ze het papier op de plank had bevestigd. Ik probeerde de opdracht zo te begeleiden dat deze aansloot bij Vera’s handelingsimpuls en vroeg haar om goed op de lijnen in Arnkjells schilderij te letten en deze als het ware over te brengen naar het nieuwe schilderij – dus het beeld van Arnkjell en Tor Aleksander met elkaar te verbinden. Albert merkte Vera’s aarzeling op en voegde eraan toe dat ze moest kijken naar wat er al was, om te zien wat ze van Tor Aleksanders begin kon gebruiken. De verbinding tussen de twee schilderijen leek haar een goed uitgangspunt te geven. Toen ze na enige tijd weer aarzelde en niet wist hoe ze verder moest gaan, merkten we dat er een nieuwe verbinding moest worden gelegd. Deze keer stelde Albert mij, Runa, voor om een paar kleine aanpassingen te doen om Vera weer op gang te helpen. Mijn handelingsimpuls luidt: ‚uitbreidend optrekken’‘. Er waren maar een paar kleine aanpassingen nodig om Vera te laten weten hoe ze het portret moest voltooien.