„Hoezeer ik ook mijn best doe om mijn collega’s bij de besprekingen te betrekken, ze kijken alleen maar toe, maar doen niet mee.“ Bij de samenwerking met collega’s kan het steeds weer voorkomen dat collega’s zich niet inzetten.
Ook achter dit gedrag schuilt een positieve drijfveer. Methodisch benader je zo’n probleem op dezelfde manier als het onbegrepen gedrag van een persoon. In dit geval kun je een voorbeeld in je eigen ervaring zoeken. Vervolgens bedenk je welke impuls, welke beweging achter dit gedrag schuilgaat, en verplaats je jezelf daarin.
Erika vertelt: „Tijdens de laatste vergadering hebben we iets belangrijks ontdekt over het gedrag van een persoon. Maar een paar collega’s leken daar helemaal niet in geïnteresseerd te zijn. Ze stelden ook geen vragen. In plaats daarvan gingen ze gewoon verder met het volgende agendapunt.“
In mijn rol als trainer zoek ik de beweging van dit gedrag in mijn eigen ervaring, zodat we de positieve drijfveer achter dit gedrag kunnen ontdekken: „Ik ken dit van mezelf bij bedrijfsopleidingen: ik hoop altijd dat het snel voorbij is. Ik denk dan: we zijn toch al klaar!“
Ik beschrijf de beweging als ‚vooruitgaand springen‘. Dat doe je bijvoorbeeld als je vuur maakt met een tondel. Je laat de vonken spatten. Vonken maken gaat hand in hand met ruimte geven. Als je deze handelingsimpuls aanneemt, spring je en laat je los.
Voor de bespreking betekent dit dat je niet met de instelling naar binnen gaat dat je iets moet afmaken, maar dat je een onderwerp aanpakt, het loslaat en de volgende keer weer oppakt. De verwachting dat je iets uitlegt en dat de ander het onmiddellijk begrijpt en gewoon meedoet, is niet doelmatig. In plaats daarvan kun je kleine themavensters openen, waar je tussen kunt springen – van het ene naar het andere. De volgende keer kun je ergens anders beginnen, enzovoort.