We hebben in het venster „Het zelf en de ander“ al gezien dat in de handelingsimpuls-tekeningen altijd ook het zelf tot uitdrukking komt. Dit kan nog specifieker verschijnen:
De oefening
Om de handelingsimpuls te achterhalen, hebben we de bewegingen van een persoon geïmiteerd door achter deze persoon aan te lopen. Vervolgens was het de opdracht om onze eigen ervaringen met betrekking tot de waargenomen handelingsimpuls in een tekening tot uitdrukking te brengen. Nadat we ongeveer 5-10 minuten hadden getekend, hebben we de tekeningen, samen met de persoon die we hadden nagebootst, bekeken.
Eén motief, twee handelingsimpulsen
Eerst tekenden we de handelingsimpuls van Jan Hendrik: ‚verkennend onderdompelen‘. Mario tekende allerlei elementen van een boerderij: een tractor, een koe, enzovoort. Ik wist niet echt wat ik ervan moest denken. Het leek alsof hij gewoon had getekend wat hij leuk vond of wat hij altijd tekent. Daarna hebben we ons in een tweede persoon verplaatst, Herbert, voor wie we de handelingsimpuls ‚kijkend afmeten‘ vonden. We begonnen weer te tekenen. En Mario tekende weer zijn boerderij.
Toen ik naar de tekening van Mario keek, kreeg ik plotseling het idee om de twee tekeningen naast elkaar te houden. En hoewel beide een boerderij voorstelden, bleken de verschillen precies overeen te komen met wat ik en de andere deelnemers hadden gezegd over de verschillen in onze eigen tekeningen. Voor Jan Hendrik hadden we het beroepsbeeld van de bomontmantelaar gevonden, terwijl Herberts handelingsimpuls ‚kijkend afmeten‘ heel anders was.
Jan Hendrik had beide keren een landschap getekend. Het verschil tussen zijn landschapstekeningen lag in dezelfde lijn als Mario’s boerderijtekeningen.
Marios boerderijtekeningen
Jan Hendrik: ‘verkennend onderdompelen’ Herbert: ‘kijkend afmeten’
Bevindingen
- Ga ervan uit dat de ander zijn best doet om een taak te volbrengen. Hij kan het niet anders doen, dan op zijn eigen manier.
- Blijf bij de individuele persoon die zijn of haar ervaring uitdrukt. Abstraheer niet te snel.