Leeromgevingen waarin men bekwamer wordt in zijn handelingsimpuls
Ieder mens heeft als individu zijn hele leven lang zijn eigen persoonlijke handelingsimpuls. Deze komt naar voren op verschillende manieren, afhankelijk van leeftijd, ontwikkeling en omgeving. Maar ook al kan de uitdrukking van de handelingsimpuls per situatie verschillen, hij verandert nooit.
De handelingsimpuls geeft richting aan de persoonlijke ontwikkeling. Hij is als een leidende ster. Ieder mens streeft ernaar om de in de wil ervaren handelingsimpuls naar buiten toe te brengen, de wereld in.
In het opleidingssysteem voor leerberoepen zijn er drie niveaus: leerling, gezel en meester. Deze opleidingsniveaus gaan terug op de middeleeuwen.
In het begin moest de leerling alleen vegen en schoonmaken. Dag in, dag uit, steeds hetzelfde. Pas na verloop van tijd kreeg hij het echte werk toebedeeld. Als de leerling niet al in zijn leeromgeving was geboren, werd hij tijdens zijn leertijd volledig in de omgeving van de leer-plaats opgenomen.
De gezel was onderweg. Hij zocht zelf zijn leermeesters. Afhankelijk van zijn vaardigheden werd hij aangenomen of moest hij verder trekken. Hij koos dus zelf zijn leeromgeving.
De meester creëerde zelf de ruimte die hij nodig had om zijn werk te kunnen doen. Dat gebeurde natuurlijk in samenwerking met zijn opdrachtgevers en met de sociale omgeving. De meester neemt op zijn beurt leerlingen aan. Hij is erop gericht zijn expertise door te geven.
De ontwikkelingsstappen en de bijbehorende omgeving gingen dus hand in hand.
Of iemand zich kan ontwikkelen in het naar buiten brengen van zijn handelingsimpuls, of hij zijn handelingsimpuls de wereld in kan brengen en aan anderen ter beschikking kan stellen, hangt samen met de (leer)omgeving. Je hebt ruimte nodig om te oefenen, om vaardiger te worden in je handelingsimpuls. Dit gaat gepaard met het feit dat je ruimte moet nemen om andere mensen mee te nemen in je expertise.
100x dezelfde vraag
Deze benadering helpt ook bij pedagogisch werk. Er zijn bijvoorbeeld mensen die altijd dezelfde vraag stellen: “Hoe laat is het?” Deze vraag wordt steeds weer herhaald. Keer op keer. Het heeft geen zin, en het lukt ook niet, om het vragen stellen van de ander te willen stoppen.
Ook deze mensen willen oefenen en beter worden in hun handelingsimpuls. Je kunt ze in staat stellen andere vragen te stellen en zo hun wereld verbreden. Als iemand voortdurend vraagt: „Hoe laat is het?“, kun je daarop reageren met andere vragen: „Zijn er vandaag wolken aan de hemel?“ Ook hier versterk je de handelingsimpuls van de ander. Doe mee. De vraagsteller ontmoet zo een meester in het stellen van vragen. En dat kun je echt oefenen in een groep.