De stap om je op een handelingsimpuls af te stemmen, om mee te doen, wordt vaak als moeilijk ervaren. Er is een zekere creativiteit voor nodig om buiten het gebruikelijke kader te denken.
Veel van de handelingsimpulsen lijken te verwijzen naar een relatie tussen mensen, waardoor het inlevend afstemmen erop in hetzelfde gebied wordt gezocht. Als de handelingsimpuls bijvoorbeeld wordt omschreven als ‚liefhebbend verbinden‘, wordt aangenomen dat de persoon nieuwe vrienden moet vinden om zich op zijn gemak te voelen. Of een handelingsimpuls als ‚treffend uitsluiten‘ wordt gebruikt om te verklaren waarom de persoon af en toe afstandelijk en onvriendelijk overkomt. Dergelijke overwegingen op relationeel niveau hebben echter geen zin.
Het helpt om nieuwe perspectieven te vinden als je de handelingsimpuls zoekt in je eigen ervaring met dingen. Dus als de handelingsimpuls betrekking heeft op de materiële wereld en wordt herkend in je eigen activiteiten. Enkele voorbeelden:
‚Liefhebbend verbinden‘
Ik ken dit van het moment waarop ik een bechamelsaus bereid. Als ik te snel water of melk toevoeg aan de in boter verwarmde bloem, ontstaan er klontjes. Als ik langzaam, beetje bij beetje, de vloeistof toevoeg, roer en tussendoor tijd laat om het geheel te verwarmen en te laten binden, dan wordt het een smeuïge saus. Het proces van het koken van een saus is ‚liefhebbend verbinden‘. Het wordt pas een mooie saus als bloem, melk en boter zich ‚liefhebbend verbinden‘. Als kok moet ik me ook op de handelingsimpuls van de saus ‚liefhebbend verbindend‘ afstemmen.
Inlevend afstemmen bij een persoon met de handelingsimpuls ‚liefhebbend verbinden‘ zou dan kunnen betekenen: stap voor stap, en in het begin niet te snel een nieuwe taak, baan of werkplek leren kennen.
‚Treffend uitsluiten‘
In intermenselijke relaties wil je helemaal niet uitsluiten. Tenminste, niet als je in het kader van een inclusieve aanpak aan iets werkt. Als ik echter een afspraak maak en in mijn agenda kijk, zie ik in een oogwenk op welke dagen ik niet kan en welke dagen er overblijven. Meestal communiceer ik alleen dat laatste, dus wanneer ik tijd heb. Als ik het hele proces vertel, ben ik bezig met ‚treffend uitsluiten‘. Er zijn dus situaties in het dagelijks leven waarin ‚treffend uitsluiten‘ een belangrijke functie heeft.
Het lijkt hier een heel normale werkwijze, die ik veel vaker met anderen kan communiceren. Dan kunnen anderen mijn proces volgen en meedoen. Betrokken worden bij het uitsluiten.
Deze activiteiten hebben dus een handelingsimpuls. Uit eigen ervaring weet men hoe men zich op deze afstemt.
De trek-rups
Bij Nadine kwam ik op de handelingsimpuls ‚meenemend vooroplopen‘ en als beroep op gids. Andere alternatieven waren: ’stralend aanpakken‘, kleuterleidster; ‚ritmiserend vooroplopen‘ en ‚versnellend vooruitgaan‘.
Twee dagen later zag ik in een winkel een trek-rups. Bij het speelgoed viel me enerzijds op hoe de kop van de rups voorop loopt en alle pootjes tegelijkertijd meedraaien. Anderzijds ook hoe ik zelf de rups meeneem als ik hem achter me aan trek. Het viel me op dat hij uit de bocht vliegt als ik te snel ga. Deze rups was voor mij een gematerialiseerde uitdrukking van ‚meenemend vooroplopen’. Dit inzicht hielp me om me met Nadines handelingsimpuls te verbinden.
Ik was nog meer verrast toen ik een week later naar mijn dynamische tekening keek, die ik als tussenstap had gemaakt – nog voordat ik de handelingsimpuls had benoemd, dus ook voordat ik de trek-rups had ontdekt. In de tekening is de rups met zijn draaiende poten al ‘gesuggereerd’.