Er zijn drie manieren van leidinggeven te onderscheiden:
- sturend leiden,
- persoonsgericht leiden en
- leiden vanuit visie.
Elke manier van leidinggeven heeft zijn eigen kwaliteiten. Je kunt ze alle drie in een vruchtbare combinatie met elkaar gebruiken.
Een oefening:
Bij de volgende oefening kun je de drie soorten leiden ervaren: De deelnemers vormen groepjes van twee en gaan achter elkaar staan. De achterste persoon legt zijn handen op de schouders van de voorste persoon en leidt hem of haar door de omgeving. Eerst let de leidende persoon een paar minuten alleen op zijn eigen handen, dan een paar minuten op de persoon voor zich, die hij leidt en ten slotte op iets in de verte. De voorste persoon laat zich met open ogen leiden. Tijdens de oefening mag er niet worden gepraat.
Daarna worden de ervaringen met de verschillende vormen van leidinggeven uitgewisseld. Vervolgens wisselen de deelnemers van rol.
- Reflectie van een deelnemer nadat ze werd geleid: „Toen ik werd geleid, voelde ik me als een robot. Ik zag niet zo veel verschil tussen de eerste twee vormen van leiden. Maar toen ik vanuit de visie werd geleid, ging het ineens veel sneller.“
- Reflectie van de deelnemer die leidde: „Ook ik ervoer dat leiden vanuit de visie tot een versnelling leidde. Toen ik sturend leidde, voelde dat erg bekrompen, omdat ik me alleen op mijn handen en het sturen concentreerde. Het persoonsgerichte leiden was veel vrijer, omdat ik me volledig concentreerde op de persoon voor me. Maar het leek me ook een beetje zinloos, omdat er geen doel, geen richting was. Leiden vanuit visie was daarentegen gericht. Het tempo versnelde. Ik had daarbij de behoefte om naast de andere persoon te lopen en niet achter haar. Ik wilde als het ware samen naar het visionaire punt toewerken.“
De drie soorten leidinggeven in het dagelijkse werk
Als we in de stal werken, maakt het een verschil of ik elke handeling precies voorschrijf – dus of ik zeg ‚Jij doet dit … jij doet dat …‘ (sturend leiden) – of dat ik vraag: ‚Wat wil je vandaag doen?‘ (persoonsgericht leiden).
De eerste vorm (sturend leiden) laat nauwelijks ruimte voor eigen initiatief. De begeleider geeft stap voor stap aan wat er moet gebeuren. En de persoon die op deze manier wordt begeleid, volgt de stappen of juist niet. Als een handeling is voltooid, volgt de volgende taak, enzovoort.
Bij persoonsgericht leiden ligt dat anders. Dit leidt vaak tot verbaasde gezichten als de ander niet weet wat hij met de volledig open vraag aan moet. Mensen gaan nadenken over wat ze eigenlijk willen. Wat er nodig is of welke werkzaamheden er moeten worden uitgevoerd, wordt daarbij volledig buiten beschouwing gelaten. Er blijkt een zekere doelloosheid te ontstaan bij puur persoonsgericht leiden. Bij leiden vanuit de visie gaat het er daarentegen om een beeld te creëren waar men uiteindelijk tevreden mee kan zijn. Bijvoorbeeld: De koeien hebben nu honger. Voor de theepauze zijn ze voorzien van hooi. Als je zo’n beeld creëert, worden mensen uitgenodigd om op hun eigen manier – dus vanuit hun handelingsimpuls en hun kwaliteiten –de taak op te pakken.
Een ander voorbeeld: Als het tijd is om het avondeten te bereiden, moet ik de bewoners meestal direct vragen om te helpen. Ik zeg dan bijvoorbeeld: „Kun je alsjeblieft de tafel dekken?“ Of „Zet alsjeblieft de waterkoker aan.“ De bewoners doen dat dan meestal ook, maar het is een beetje lastig om iedereen afzonderlijk te vragen. Onlangs heb ik iets nieuws geprobeerd en gezegd: „Hoe zorgen we ervoor dat we om 19.30 uur samen kunnen eten?“ Iedereen voelde zich aangesproken en medeverantwoordelijk om ervoor te zorgen dat we op tijd samen konden eten. Iedereen heeft meegeholpen.
Een gezamenlijke visie creëren?
Je kunt je nu afvragen of leiden vanuit visie ook het creëren van een gezamenlijke visie mogelijk maakt. Kun je de mensen die je begeleidt in staat stellen om (mee) te werken aan het creëren van de visie? En daarmee hun vermogen versterken om waar te nemen wat er op dat moment aan de orde is en nodig is?
Het is zinvol om het gevoel van (mede)verantwoordelijkheid en de zelfstandigheid van de begeleide personen te stimuleren. De vraag „Wat staat er vandaag op het programma?“ kan echter ook onzekerheid veroorzaken. Het kan worden opgevat als een suggestieve vraag of een examensituatie als de begeleide personen ervan uitgaan dat de begeleider een heel bepaald antwoord verwacht – wat vaak ook het geval is.
Bij het leiden vanuit visie is het belangrijk om zelf een visie te hebben, anders kun je niet leiden, maar alleen volgen. Het is belangrijk om je visie met de groep te delen. Want daarmee open je deuren voor anderen om zich in te kunnen brengen. Je moet echter niet denken dat iedereen dan precies hetzelfde beeld voor ogen heeft. Dat hoeft ook niet. Samen aan de visie werken betekent dat iedereen zijn eigen persoonlijke beeld heeft en tegelijkertijd ook geïnspireerd wordt door de visies van anderen. Dat betekent bijvoorbeeld dat de één de visie heeft om om 19.30 uur te eten, de ander om samen te zitten. De één is tevreden met het ene, de ander met het andere. Deze visies sluiten elkaar niet uit, maar werken stimulerend naar elkaar toe.