Zelfbeleving en perceptie door anderen
Bij een Inclutrain-training is het mijn taak om de salade, die in een grote kom met saladedressing is gemengd, over zes kleine kommen te verdelen. Wat is er nou makkelijker dan dat, dacht ik. Wat valt er nou te zien? Zogezegd, zo gedaan. Ik verdeel de salade met een slabestek over zes kommen. Vanwege mijn flegmatieke karakter doe ik dat doelgericht en efficiënt, althans dat denk ik, totdat… mijn collega verbaasd beschrijft wat ze ontdekte toen ze toekeek: een beetje salade hier, dan een beetje daar. Het lijkt alsof de vijf verder weg staande kommen eerst worden gevuld en pas daarna de kom die het dichtst bij de grote kom staat. Het is niet helemaal duidelijk. Er is geen systeem te ontdekken. Uiteindelijk zit er toch overal evenveel in de schalen. Vanuit de imitatie wordt de handelingsimpuls benoemd met: ‚onderzoekend delen‘.
Wat door anderen, vanuit hun empathie, wordt beschreven, ervaar ik in eerste instantie als een tegenstrijdigheid met mijn zelfbeeld: doelgericht en efficiënt. Ik herken echter de handelingsimpuls. Als mensen mijn handelingsimpuls benoemen, komt ‚onderzoekend‘ altijd voor. De ene keer is het ‚onderzoekend benoemen‘, de andere keer ‚onderzoekend kijken‘, enz. De doelgerichtheid en efficiëntie die ik zelf ervaar, zijn dus blijkbaar onderzoekend en niet systematisch.
Een misvatting
De volgende dag worden de groepen anders ingedeeld. Mijn groep heeft de taak om uien schoon te maken voor de verkoop en opslag. Aan de ene kant van de ui moeten de verdroogde stengelresten worden afgesneden, maar niet te ver, zodat er geen sap uit de ui komt. Aan de andere kant moeten de kleine worteltjes met de vingers worden verwijderd. Bovendien moeten alle losse blaadjes worden verwijderd. Als een ui zacht aanvoelt en rot is, moet hij eruit worden gesorteerd. Hetzelfde geldt voor te kleine uien.
Ik observeer al jaren handelingsimpulsen en ‚weet‘ dat bij het imiteren van een heel eenvoudige handeling, zoals lopen, altijd een karakterisering van de handelingsimpuls aan het licht komt. En hoewel ik dat ‚weet‘, denk ik: deze taak is te eenvoudig en biedt te weinig aanknopingspunten om mijn handelingsimpuls te kunnen ontdekken. Maar tot mijn grote verrassing zegt de persoon die zich in mij inleeft ook dat hij geen systeem kon ontdekken in de manier waarop ik de ui schoonmaak. Dezelfde beschrijving als de dag ervoor. Uit de imitatie vindt hij de handelingsimpuls: ‚vrijgevend overzien‘. Vrijgeven, zoals een zeiler die een touw van hand tot hand vrijgeeft, viert.
‘Verwarrend toelachen’
Tijdens een afscheidsfeestje, enkele jaren eerder, had de vertrekkende teamleider mijn handelingsimpuls als volgt gekarakteriseerd: ‚verwarrend toelachen‘. Aan de ene kant nam hij me in het ootje, maar aan de andere kant had hij me ook echt zo ervaren. Ik bracht hem in verwarring terwijl ik hem toelachte. Dus imiteerde hij me, hij sloot zich bij me aan. Hij had mijn handelingsimpuls overgenomen.
Het beroep
Toen ik de sla verdeelde en de uien schoonmaakte, had ik de mensen inderdaad ook in verwarring gebracht. Ze zochten naar een systeem, maar konden er geen vinden. Tegelijkertijd waren deze twee personen in staat om mijn handelingsimpuls nauwkeurig onder woorden te brengen. Toen we er over nadachten, bleek dat onderzoek doen betekent: verward zijn, het op een bepaald moment niet weten, en toch van binnenuit met empathie ervaren hoe het is.
Toelachen betekent uitstralen: je kunt het, doe het gewoon en je zult ontdekken dat je het kunt. Uitnodigend, bemoedigend.
En zo voel ik me erkend, want dat is ook mijn impuls, met mijn bureau ‚Onderzoek in eigen werk‘. Het gaat mij erom anderen uit te nodigen en aan te moedigen om onderzoekend te zijn in hun werk, in het leven. Alles onderzoekend te doen. Dat is mijn beroep. Coach. Maar dan wel één die geen categorieën of systemen toepast, maar altijd samen met de anderen op zoek is en onderzoekt. Dan ziet het er uiteindelijk eenvoudig uit.