Voor veel mensen verloopt de weg van de opleiding naar het betreffende beroep niet rechtlijnig. En zelfs als dat wel het geval is, kan het beroep in de loop van de loopbaanontwikkeling nog sterk veranderen. Je ontwikkelt je beroep door het uit te oefenen. Dit geldt zowel voor mensen met als zonder ondersteuningsbehoefte. Want ongeacht de ondersteuningsbehoefte vindt de mens zijn beroep in verbinding met zijn omgeving. Als medemensen erkennen en waarderen wat je doet en daar ruimte voor kan worden gecreëerd, kan er een professionele ontwikkeling plaatsvinden. Er ontstaat vertrouwen in de eigen vaardigheden. Het beroep wordt intuïtief gepakt.
Om deze professionele ontwikkeling te achterhalen, kun je jezelf de vraag stellen: “Wat doe ik vandaag dat ik een jaar geleden nog niet kon of deed? Waarin heb ik me gespecialiseerd? Komen beroep en context/omgeving samen?”
Professionele ontwikkeling – een persoonlijke reflectie
Ik begeleid mensen die ondersteuning nodig hebben op het werk. Maar ik zou mijn beroep omschrijven als het me inleven in andere mensen. De opleiding tot Inclutrain-trainer ligt ook op dit gebied. Eerst dacht ik dat ik de methoden van buitenaf moest leren door de methodische stappen nauwkeurig te bestuderen en er teksten over te lezen. Ik heb nu echter gemerkt dat ik de afgelopen jaren iets in mezelf heb ontwikkeld en daardoor trainer ben geworden. Ik ontwikkel dit het beste in de samenwerking met cliënten – wanneer ik me in hen verplaats en vanuit nieuwe perspectieven meedoe. Zo ontwikkel ik mezelf verder in mijn beroep.
De laatste keer, tijdens de vergadering ter voorbereiding van een trainingsbijeenkomst, viel het me plotseling op dat er geen cliënten aanwezig waren. Dat vond ik jammer. Ik besloot toen om de verdere voorbereiding van de trainingsbijeenkomst samen met cliënten te doen en heb Martijn en Pippa daarvoor uitgenodigd. We hebben samen de trainingsbijeenkomst voorbereid. Daardoor konden ze ook tijdens de bijeenkomst zelf taken op zich nemen, bijvoorbeeld tijdens de openingsronde elke ochtend. Door de samenwerking met Pippa en Martijn kon ik ook vooruitgang boeken in mijn eigen professionele ontwikkeling.
Zo doe ik nieuwe ontdekkingen. Helaas raken die ook weer in de vergetelheid. Dat viel me bijvoorbeeld op toen Ralph onlangs voorstelde om cliënten actief bij de organisatie te betrekken. Er kwamen veel gedachten bij me op, maar die waren zo chaotisch dat ik in eerste instantie niet wist wat ik moest zeggen. Sommige cliënten zullen zich soms zeker ook zo voelen. Maar toen herinnerde ik me ook mijn eigen initiatief om Martijn en Pippa erbij te betrekken. Ik realiseerde me dat ik het gebrek aan betrokkenheid als een verlies ervoer.
Een jaar geleden zou ik het ontbreken van de cliënten nog niet zo hebben ervaren. Pas nu word ik me daar steeds bewuster van. Ook als iets niet inclusief is of gewoon te veel gevraagd, valt het me steeds meer op. Als ik bijvoorbeeld met Martijn samenwerk, voel ik sneller aan wanneer er een pauze nodig is.
Het verlangen naar het vermogen om de innerlijke ervaring bewust waar te nemen en uit te drukken wordt groter. Dat is nieuw. Ik merk dat ik nu bewust beter wil worden in mijn professionele kwaliteit van me inleven.
Ik herinner me dat ik in mijn jonge jaren dacht dat werken niets voor mij was. Ik heb van alles geprobeerd, maar het gaf me weinig voldoening. Ik wilde de wereld verbeteren, vooral door andere mensen te begeleiden. Ik overwoog om kleuterleidster te worden. Maar kinderen gaan weer weg. Ik dacht: dan moet ik moeder worden!
Dergelijke overwegingen behoren nu tot het verleden. Ik heb mijn beroep gevonden. Ik ben nu werkbegeleider. In het begin was ik daar niet zo goed in, maar ik heb er altijd plezier in gehad. Ik ben dankbaar dat ik mijn professionele impuls heb kunnen volgen en dat mensen hebben meegewerkt. Maar ik voel me ook schuldig als het nog niet zo goed lukt.
Sinds een jaar vertel ik nieuwe collega’s steeds meer over hoe ik mensen begeleid – hoe ik dat doe. Ik begeleid de nieuwe collega’s dus als het ware onofficieel. Dat is dus ook iets wat ik nieuw doe. Het maakt deel uit van mijn professionele ontwikkeling.
Welk beroep oefen ik eigenlijk uit? Misschien opleidster. Ik verdeel mijn kennis in kleinere delen, zodat het ook voor nieuwe collega’s goed begrijpelijk is. Ik wil hen meenemen, inspireren en impulsen geven die tot nieuwe perspectieven leiden. Het gaat mij daarbij niet om uitgebreid te psychologiseren en ingewikkelde lezingen te houden over hoe je pedagogisch goed kunt werken. Dan weet de ander niet meer waar hij aan toe is. Ik beperk het tot de essentie, tot het praktische doen, tot positieve voorbeelden. Mijn handelingsimpuls is: ‚begrenzend impulseren‘.