Bij de Inclutrain-methoden gaat het erom de handelingsimpuls te ervaren en deze ervaring onder woorden te brengen, om daaruit nieuwe inspiratie te putten voor de samenwerking met mensen die ondersteuning nodig hebben. Wat men bij het inlevend waarnemen heeft ervaren, namelijk de handelingsimpuls, kan men aan de hand van twee werkwoorden beschrijven. Nu zult u misschien verbaasd zeggen: „Maar waarom met werkwoorden en niet met bijvoeglijke naamwoorden? Bijvoeglijke naamwoorden zijn toch woorden waarmee je iets kunt karakteriseren!“ En ja, we zijn gewend om activiteiten met bijvoeglijke naamwoorden te beschrijven: hij veegt snel, zij snijdt onregelmatig, hij loopt ontspannen, … Bijvoeglijke naamwoorden zijn echter altijd beoordelend en vastleggend. De handelingsimpuls wordt echter zonder beoordeling en als activiteit weergegeven. En ook al lijkt het misschien ongebruikelijk, dit lukt met werkwoorden.
Je kiest twee werkwoorden die in je opkomen bij het samen doen van iets. Als je (in eerste instantie) alleen bijvoeglijke naamwoorden kunt bedenken, kun je ook proberen bijpassende werkwoorden te vinden. Bijvoorbeeld:
|
Bijvoeglijke naamwoorden |
Werkwoorden |
|
snel |
haasten, sprinten, snellen, racen, jagen, zoeven |
|
nauwkeurig |
preciseren, definiëren, fileren, verduidelijken |
|
bedacht |
nadenken, vooruitkijken, plannen, structureren |
De methode houdt in dat je van het eerste werkwoord een onvoltooid deelwoord maakt, dus een „d“ toevoegt aan het hele werkwoord. Dat klinkt ingewikkeld, maar dat is het niet. Neem gewoon een werkwoord en voeg aan het einde een „d“ toe: bijvoorbeeld toevoegen-d!
Als we, zoals in het voorbeeld van Dorian de werkwoorden om-zich-heen-kijken en modereren hebben, voegen we een ‚d‘ toe aan het eerste woord, dus om-zich-heen-kijken. Het resultaat is om-zich-heen-kijkend. Als we dit werkwoord nu samenvoegen met het tweede werkwoord, ontstaat de handelingsimpuls: ‘om-zich-heen-kijkend modereren‘.
Is dat de juiste handelingsimpuls?
U vraagt zich nu misschien af hoe u weet of u de handelingsimpuls correct hebt gepakt en beschreven. Het antwoord op deze vraag komt uit de praktijk. Als de handelingsimpuls u helpt om beter met de ander samen te werken en zijn manier van doen te stimuleren, dan bent u op de goede weg. Dan inspireert het bezig zijn met de handelingsimpuls tot nieuwe, creatieve en inclusieve vormen van samenwerking. Bij deze methode is er dus geen objectief goed of fout. Veel belangrijker zijn de vragen: “Helpt het mij in de omgang met de andere persoon? Word ik creatief? Breid ik mijn handelingsrepertoire in de omgang met andere mensen uit?”
Een hulpmiddel dat nieuwe perspectieven opent
Het is dan ook geen fout dat verschillende mensen verschillende werkwoorden vinden voor de handelingsimpuls van een persoon. Dat is inherent aan de werkwijze. De beschrijving van de handelingsimpuls moet nooit worden opgevat als een diagnose, vastlegging of beoordeling, maar als een hulpmiddel dat helpt om nieuwe perspectieven in het pedagogisch werk te ontdekken. Het gaat er dan ook niet om de gevonden handelingsimpulsen naast elkaar te plaatsen om te beoordelen welke beter past. Het gaat om de inspiratie die het bezig zijn met de handelingsimpuls je persoonlijk geeft.
In het geval van Dorian had ik bijvoorbeeld twee jaar eerder de handelingsimpuls beschreven met ’structurerend betrekken‘. Dat zijn niet dezelfde werkwoorden als ‘om-zich-heen-kijkend modereren‘, maar toch wordt daarin dezelfde beweging zichtbaar.
De werkwijze gaat dus over het stimuleren van de eigen creativiteit. Daarom komt het er uiteindelijk op aan om de persoonlijke ervaring tot uitdrukking te brengen en niet om het eens te worden over ‚de enige ware handelingsimpuls‘. In het begin kan het natuurlijk nuttig zijn om de methode samen te ontdekken en met andere deelnemers te bespreken met welke woorden de ervaring kan worden beschreven. Creativiteit is echter uiteindelijk gebaseerd op de eigen ervaring. Deze wordt met deze werkwijze gewekt en tot uiting gebracht.