Nieuwe inzichten in de beroepsopleiding van Peter.
Peter heeft de taak om de stal te vegen. Als hij klaar is met werken, laat hij de bezem altijd dwars in de gang van de stal liggen, hoewel er een plek is waar de bezems moeten worden opgeborgen. De begeleider slaagt er niet in om Peter de bezems op de juiste manier op te laten ruimen.
We stellen ons de vraag: „In welke beroepssituatie is het van belang om zo te werk te gaan?“ In hetzelfde werkgebied komt het beroep van dierenarts voor. Meestal komt de dierenarts wanneer de medewerkers buiten op het veld zijn en onderzoekt hij de koeien. Als teken dat hij de onderzoeken heeft uitgevoerd, laat hij zijn lange, groene rubberen handschoenen in het gangpad liggen. We vinden de volgende werkwoorden: ‚merkend tonen‘. Peters handelingsimpuls!
We onderzoeken deze handelingsimpuls en vinden mogelijkheden om de leerruimte zo in te richten dat Peter zijn handelingsimpuls kan leven: lijsten die je afvinkt of waarop je de tijd noteert wanneer je de activiteit hebt voltooid.
We schrijven een portfolio waarin we de handelingsimpuls van Peter weergeven en overhandigen hem de tekst. Hij is erg enthousiast. Alleen al het feit dat we hem de tekst overhandigen, heeft een positieve invloed op zijn gedrag en zijn relatie tot de boerderij. Met het portfolio wordt hem iets ‚merkend getoond‘. Op het moment van overhandigen nemen we dus Peters handelingsimpuls over. Het is mooi om zijn enthousiasme te wekken, omdat hij zich momenteel steeds meer terugtrekt en nauwelijks nog deelneemt aan het reilen en zeilen op de boerderij. Het portfolio motiveert hem om weer actiever mee te doen.
Als vrijwilliger helpt Peter in een gemeenschapscentrum buiten de boerderij. Daar houdt hij zich bezig met het ontwerpen en produceren van aankondigingen en flyers. Achim, zijn werkbegeleider, ziet in deze vrijwilligersactiviteit hoe Peters handelingsimpuls een beroep wordt: medewerker van een PR-afdeling. Daarvoor zijn ook medewerkers op de boerderij nodig. Hij zou zelfs cursussen of een opleiding kunnen volgen om deze activiteit nog professioneler uit te oefenen, overweegt Achim. Maar op de vraag: „Wil je helpen met ons PR-werk?“ antwoordt Peter met een duidelijk „nee“.
Bij nader inzien beseffen we dat we met onze vraag niet hebben aangesloten bij hem, bij zijn handelingsimpuls. Het zou anders zijn gegaan als we hadden gezegd: „We zijn bezig flyers te verspreiden. We hebben hier een lijst met 15 adressen. Vier daarvan hebben we al gedaan en op de lijst afgevinkt. Als jij er ook een paar verspreidt, kun je dan ook de adressen afvinken?“
Dat gaan we de volgende keer proberen.
Bij beroepsopleiding gaat het er niet alleen om dat de student kwalificatiedoelen bereikt, maar ook dat hij zijn potentieel kan ontplooien. Dit lukt als de werkbegeleider leert om aan te sluiten bij deze persoon. Als de werkbegeleiders de handelingsimpuls van de mens overneemt, kan deze zich herkennen in zijn omgeving. Daardoor kunnen de vaardigheden van deze persoon tot uiting komen en effectief worden ingezet.